Houding & ademhaling
 
Een goede houding, de basis van een goede zangtechniek
 
Of je nu zittend of staande zingt, een goede houding daarbij is de eerste voorwaarde voor een goede zangtechniek in het algemeen. Een foute, bijvoorbeeld ingezakte en futloze- houding van het lichaam, kan nooit een goede ademtechniek opleveren. Genoemde houding staat haaks op een goede ademtechniek! Een onjuiste plaatsing van het hoofd op de romp belemmert een goede resonansvorming of zorgt ervoor dat bet strottenhoofd niet vrij beweeglijk is. Verkrampte lippen, een weerbarstige tong, en een mond die niet open wil omdat de onderkaak onvoldoende actief is komt noch een goede klinkervorming, noch actieve medeklinkers, noch klank, noch de verstaanbaarheid ten goede.
 
Vaak hoor je dat je zo ontspannen mogelijk moet zingen. In zekere zin is dat ook wel waar, al moeten we ons realiseren dat we met "ontspannen" zijn in feite bedoelen: een voor zingen zo gunstig mogelijke balans scheppen tussen spannings- en ontspanningselementen.
 
"Zingen is topsport", is een bekend gezegde, en dat goed zingen "zwaar werk" is bewijzen solozangers als je hen live of bijvoorbeeld op TV aan het werk ziet! Spanningen of activiteiten die een negatieve bijdrage leveren aan een goede zangtechniek moeten vermeden worden, terwijl andere voor goed zingen juist heel functioneel en van nature goed zijn!
 
Als je staat te zingen doet je dat in een kleine spreidstand van ongeveer 25 cm. Wat meer of wat minder kan ook; e.a.a. is afhankelijk van de afstand waarbij je je het prettigst voelt. Het gewicht van je lichaam rust voor het grootste deel op uw voorvoeten, voor een kleiner deel op uw hakken. Of je nu hoog of laag zingt, in alle situaties is dat het geval. Zorg ervoor dat u optimaal contact met de bodem blijft bewaren. De hakken van de grond als het hoog wordt, is onjuist; het helpt u absoluut niet! Erger nog, het werkt alleen averechts.
 
Staand zingen:
Maakt je zo lang mogelijk, de rug is gestrekt, het kruintje van het hoofd is het hoogste punt van het lichaam. De knieën staan niet op slot (= naar achteren geduwd); je moet, als je dat wilt controleren, altijd een beetje door de knieën kunnen zakken! Het borstbeen is niet ingezakt. De schouderbladen lijken als door een elastiekje met elkaar verbonden en willen dus al het ware steeds een beetje naar elkaar toe gaan. Gevolg: het borstbeen blijft "natuurlijk geheven" in de beste zanghouding. Onnodig om te zeggen dat de wervelkolom gestrekt blijft: je  wilt je immers zo lang mogelijk maken! Het kruintje is het hoogste punt van het lichaam, je kijkt als het ware naar de vloer, een aantal meters voor je. Een veel voorkomende fout is dat bij het hoger worden van de tonen het voorhoofd met de tonen mee naar boven gaat. Het omgekeerde moet het geval zijn: hoe hoger de tonen, des te meer beweegt het voorhoofd zich een beetje naar beneden!
 
Zittend zingen:
Ik noemde de situatie van zittend zingen: als je goed zittend zingt (met name tijdens het grootste deel van de repetitie) is die houding verre te verkiezen boven steeds staande te repeteren, wat vermoeidheid en onrust tot gevolg heeft. Maar: zittend zingen met de benen over elkaar is natuurlijk onjuist, evenals uw armen, met de muziek in de handen, in uw schoot te laten rusten. De voeten bevinden zich, naast elkaar geplaatst, beide op de grond. Je mag de leuning van de stoel, rechtop zittend als je zingt, niet gebruiken; je zit op het voorste deel van de zitting. je partij houdt je - hetzelfde geldt voor het geval u staande zingt - voor je en ligt in de palm van een hand, het wegglijden van de partij wordt door de andere hand voorkomen. De partij houdt je bijna vlak en wel zo hoog dat je, over je partij heen kijkend, tevens de dirigent kunt zien. Of je nu zittend of staande zingt, de ellebogen en armen zijn - je partij zo vasthoudend als boven omschreven - vrij van het lichaam. Vrij ademen kan zo dus niet belemmerd worden! Als je van buiten, dus zonder muziek zingt, hangen je armen aan niet opgeheven schouders losjes langs het lichaam.
Natuurlijk zingen we staande het meest optimaal. Tijdens een "uitvoering"  is het vanzelfsprekend dat we staan, maar ook tijdens de repetitie is het goed om - regelmatig- de zithouding af te wisselen door de staande houding. Er zijn zo van die specifieke momenten om staande te zingen: bijvoorbeeld als iets (wat ervoor zittend ingestudeerd is) "zit", bij een laatste doorgang voor de pauze, of als besluit van de repetitie.
 
Foute spanningen bij het zingen verraden zich onder meer in gespannen handen en vingers, in het ballen van de handen tot vuisten, etc. In het gezicht worden spanningen verraden door onnatuurlijke rimpels, door een gefronst voorhoofd en door een mondvorm die op een opvallende manier afwijkt van die zoals die normaal bij het spreken gebruikt wordt.
 
De mondactiviteit in het bijzonder is een in spanning en ontspanning te oefenen element. De souplesse van het z.g. articulatieapparaat is iets wat training behoeft. De opmerking "goed articuleren" heeft vaak een overactiviteit ten gevolge (foute spanningen dus) die zich manifesteert in grimassen. Niet de grote bewegingen zijn dienstig bij een goede articulatie, maar wel de kleine bewegingen in een actief en soepel samenspel van tong, lippen en tanden.
 
Ademhalingsoefeningen
Je haalt één keer goed adem door je neus. Daarna blaas je heel langzaam je adem uit, alsof je een lekker band bent van een fiets. Dit doe je totdat je helemaal slap bent geworden. Dan moet je ervoor zorgen dat je middenrif wakker gemaakt wordt. Hoe doe je dat?
Je maakt een geluid alsof je een kat wegstuurt: KSSSSSSSSSSSSSSSSSSSSSSSSSSSSST!
 
Stembanden masseren
Voor een goede stem moeten natuurlijk je stembanden gemasseerd worden. Dat klinkt heel ingewikkeld, maar dat is het niet. Je zingt  de ‘M’ (van ‘mama’). Je begint met de lage tonen en eindigt met de hoge tonen. Raak niet in paniek als je heel hoog komt, blijf relaxed. Als je de hoogste tonen geoefend hebt, ga je van de hoge tonen weer naar de lage tonen.
 
Goed articuleren
De tekst die je zingt, moet natuurlijk wel goed verstaanbaar zijn. Zorg dus dat je de woorden goed uit spreekt. Articuleren noemen we dat. Begin met het woord ‘Oebele’. Zing het woord Oebele met de lage tonen en bouw dat langzaam op naar de hogere tonen. Gebruik goed je lippen. Spreek de woorden goed uit.
 
Zingen
Het is heel belangrijk dat je in je gezicht laat zien waar het liedje over gaat.
Ook in je stem kan je de emotie laten horen.De mensen moeten geloven wat je zingt.
 
Zingen geeft lucht, maar zingen gebruikt ook lucht.
Als je merkt dat je met zingen snel je lucht kwijt raakt dan laat je dus veel te veel lucht door je stemspleet ontsnappen. Je zet te weinig lucht om in klank. Met een betere adembeheersing leer je efficiënter gebruik te maken van je natuurlijke uithoudingsvermogen.
Efficiënt met je lucht omgaan is met zo min mogelijk lucht de spanning opwekken die een toon nodig heeft.
 
1. Oefening
Deze oefening is in een ¾ maatsoort in een rustig tempo. Plaats een been voor de ander. Je verplaatst je gewicht naar voren in 3 tellen en daarbij laat je los en stroomt de lucht vanzelf naar binnen.(middenrifspier zakt naar beneden waardoor je buik naar voren gaat).
Wanneer je je gewicht naar achteren verplaatst, ook in 3 tellen, dan adem je uit. Op deze uitademing doe je de volgende oefeningen:
a. op fffff en ssssss(een paar keer en varieer met het ritme ff-ff en ff-ff-ff en snel ff-f-f-f-f-f ).
b. op vvvv en zzzzz(een paar keer en varieer met het ritme zoals hierboven).
c. begin nu met alle klinkers en varieer lekker met het ritme.
Houd bij elke oefening de kaak ontspannen en vooral wanneer je de klinkers gaat maken maak je kaak lang en tuit de lippen naar voren. Het moet een laag en ontspannen geluid zijn, elke stem heeft zijn eigen laagte.
 
2. Ffft, Psst, Ksst
Op klank ( Ffft) buik naar binnen en buik weer los. Impuls! Het kan in het begin helpen om een hand op je buik te leggen. Zorg dat je goed loslaat en je middenrif/buikspieren het werk laat doen. Dus niet drukken met je lippen.
Goed voor de koppeling tussen adem en stem.
Deze oefening kun je varieren met 2 en 3 impulsen. Ff-ff en los. Ff-ff-ff en los.
 
3. Vvvvvv
Zingen over de kwint te beginnen op de centrale C en dan terug.
C- D- E –F- G –F –E –D –C
Dit steeds een half toontje hoger tot Es’’ (Tweede Es, na centrale C)
Belangrijk hierbij is ontspanning, dus niet duwen of drukken.
 
Deze oefening kun je varieren met Zzzzzz, Mmmm en Nnnnggg ( De Ng van de klank van het woord bang)
 
4. Mioe
Over de kwint. Zie informatie onder punt 3. en punt 7.
C-  D-  E-  F-  G-  F-  E-  D-  C
mi- ie-  ie- ie- oe- oe- oe- oe- oe
 
5. Wie-wie-wie-wie-wie

G—F—E—D—C

Begin met die oefening op de kwint en dan naar beneden. Ook hier steeds een halve toon omhoog tot ongeveer Es’’ en dan weer terug.

Moeilijke oefening en daarmee ook effectief. Omdat de ‘Ie’, zeker op hoge tonen neigt naar achter te schieten, kun je door middel van de beginstand van gapen je keel open houden, die openheid moet je ook voelen bij de hogere tonen. Bereid je op de hoge toon voor door hem alvast te horen in het akkoord, maar wees niet bang voor een hoge toon, want dan slaat de toon dicht. Blazen helpt daarvoor heel goed als oefening, daardoor ontstaat een open keel. Zie Mioe over octaaf.

 

Variant op de wie is zie- zee- zie- zee- zie

 
6. Mioe over het octaaf

C’—E—G---C’’—G---E---C’

mi - ie-   ie--- oe— oe - oe---oe   

 

Zie aanwijzingen bij punt  7.

Hier ook steeds een halve toon hoger.

Blijf bij je stemsoort, dus ga niet hoger dan je kan en niet duwen! In je lijf staan.

 
-Steeds eerst blazen over het octaaf en dan mioe zingen.
 

Blazen:

Goed om ruimte te creëren (open keel) en lucht van de stembanden weg te halen. Plaats duim en wijsvinger op de top/voorkant van je neus, zonder dat je je neus helemaal dicht knijpt, er ontsnapt altijd een beetje lucht uit je neus. Bolle wangen, mond dicht, alsof je een ballon opblaast. Als je blaast maak je de tonen van de mioe over het octaaf, dit klinkt als een lichte mmmm.
 
7. Belangrijke aandachtspunten

a. Belangrijk dat je na elke mioe goed loslaat ( Op de klank gaat de buik naar binnen en wanneer je loslaat de buik naar buiten). Als je goed loslaat komt de nieuwe lucht voor de inademing eigelijk vanzelf binnen, zonder dat je de inademing hoort.

b. De oe van de mioe goed naar voren sturen met je lippen, lippen tuiten denk daarbij aan de “gulle kusmond”.

c. De mioe in een boog zingen en naar voren sturen, dus legato.

d. Goed in je lijf staan. Denk daarbij aan Nekverankering (kruin het hoogste punt) zangers neigen vaak bij hoge tonen het hoofd /de kin naar voor te duwen maar dat werkt averechts voor de klank. Dus houd de nek goed verankerd dit geeft stevigheid aan het strottenhoofd.

 
Schouderverankering ( schouders ietwat naar je schouderbladen trekken, waardoor je borstbeen wat naar voren en iets omhoog komt, dus geen hangende schouders.
 

Als zanger is in je lijf staan heel erg belangrijk anders ga je compenseren door b.v;

e. Kaak vast te zetten ( Daarbij helpt het om je handen op je wangen te leggen zonder te drukken, dan moet je de tonen wel naar voren zingen)